VERLOSKUNDIGE VAN HET JAAR MARIANNE WIGBERS!


Bevallingen in bed, op de kruk, in een bad, op een grote boerderij, een klein zolderkamertje, een woonboot of in een rijtjeshuis. Alleen of met een hele familie eromheen...

Verloskundige Marianne Wigbers schrijft verhalen gebaseerd op haar eigen belevenissen. Zij schetst daarmee een uniek beeld van de Oer-Hollandse verloscultuur. Een leven gevuld met blijde gebeurtenissen, ontroering, grappige situaties, spannende bevallingen, natuurlijk af en toe ook een droevige ervaring. Een levensverhaal dat verder gaat dan spruitjeslucht, thuisbevallen en roze wolken.
Het gaat over vrouwen waar Nederland trots op kan zijn!


Op dit weblog kun je een kleine selectie lezen uit het boek wat zij aan het schrijven is:
                  Praktijkdagboek van een Poldervroedvrouw©

Wil je reageren op een verhaal of heb je vragen/opmerkingen? Vul dan hier het contactformulier in!.


-In verband met waarborging van de privacy zijn alle namen gefingeerd. Waar de chronologie van de gebeurtenissen vaak tot op de minuut kloppend is gehouden, zal enige gelijkenis met bestaande personen op louter toeval berusten. Mocht iemand zichzelf in een bepaalde situatie menen te herkennen zal ik dit tegenover derden altijd ten stelligste ontkennen. Marianne Wigbers-


Verloskundigen Zeewolde: Verloskundige Consultaties in het Centrum van Zeewolde Flevoplein 26 3891 BA Zeewolde 036-5221550 
 

 

« Eerste  ‹ Vorige | 1 | 2 | 3 |  Volgende ›  Laatste » Pagina 1 van 3 (13 berichten)

Reageer
24/05/10

Drie bevallingen in drie uur (3 en slot)
Vliegende Keep -achterwacht- Femke vloog na de geboorte van Colin naar de volgende dame in barensnood en was daar gestart met het coachen van de uitdrijving. Verloskundige Annemiek heeft net staan toekijken hoe haar stagiaire Annelies boerenbaby Anna op de wereld heeft geholpen. Two down, one to go!
Next chapter.

Als Annelies en Annemiek de hoognodige controles systematisch hebben afgewikkeld bellen ze Femke, of ze iets voor haar kunnen doen: 'Graag nog even langs bij familie III, vader, moeder en zoontje Cri, kijken of het daar allemaal goed verloopt'.

Onze kordate kraamverzorgster heeft alles onder controle, we rijden terug naar het dorp. Naar Charlotte, mevrouw III, en de kleine Colin Cri.

04.48: Mevrouw III ligt te stralen in haar bed. Ook daar heeft de kraamverzorgster het nazorgverloop volledig op de rails. Zo leert Annelies dat je bij drukte in het ziekenhuis even van verloskamer twee naar drie kan lopen. Maar dat er in de huispraktijk overzicht en improvisatietalent nodig is.

De weg kennen in de polder, je cliënten kennen, afwegingen maken, een goede samenwerking met je collega en de geweldige uitvinding van de mobile telefoon. Ze besluiten vervolgens te gaan kijken bij mevrouw II, Bonnie Bee, zouden de drie baby’s ook binnen drie uur geboren zijn?

05.00: Als Annelies en Annemiek bij familie Bee voor de deur staan horen ze nog geen babygehuil, eenmaal boven zien ze hoe het persen in volle gang is. Met de nieuwkomers erbij is de kraamkamer tot het laatste plekje bezet, maar hun hulp is gewenst. Deze dame krijgt haar kind niet cadeau. Bonnie werkt onverstoorbaar en keihard door onder alle aansporingen. Langs de zijlijn staan de toeschouwers te juichen: Femke, Annelies, Annemiek, oma-kraamverzorgster Bee en aanstaande vader Bart. De ramen beslaan ervan.

05.18: Annelies helpt mevrouw II, jullie inmiddels beter bekend als Bonnie Bee, als bij het inparkeren van een auto om het hoofdje geboren te laten worden.

‘Klein stukje nog, nog ietsje, toe maar, door gaan, ho, even wachten, doorgaan..’

Het is passen en meten maar het lukt.

Achttien minuten over vijf op de klok en een jongetje van meer dan acht pondalsresultaat.

Na kleine Colin en boerendochter Anna is er nu de achtponder Bastiaan!

Alle drie jarig op deze gedenkwaardige negende april.

06.15: De vogeltjes fluiten alweer.

Onze drie dappere verloskundigen proberen nog even een uurtje droomloos te slapen terwijl de drie verse moeders A, B en C, trots liggen bij te komen van deze hectische nacht.

De ambtenaar van de burgerlijke stand zal wel denken: Was het volle maan?



:)


Reageer 1 reactie bekijk

Reageer
17/05/10


Drie in drie uur (2)

Verloskundige Annemiek en haar stagiaire Annelies waren met gas op de plank onderweg door de polder, onwetende collega Femke draaide zich nog een keer om in haar slaap.

De dames A, B en C in de ontsluitingsweeën, we gaan verder met het verhaal…

02.25: Aankomst op de boerderij, Annie Appel doet zelf open in een gebloemde pyjama. Aan haar buitenkant is niet te zien hoever ze in het baringsproces is. Bij inwendig onderzoek blijkt ze al NEGEN centimeter te hebben. Ze zet zelfs nog een kopje thee voor haar bezoek tussen de weeën door.

‘Een beetje afleiding is altijd goed toch?’

Annelies en Annemiek blijven bij haar. Alles klaarzetten en Femke waarschuwen.

02.30: ‘Femke, luister, je moet naar familie nummer drie, Cees en Charlotte Cri, ze willen in het ziekenhuis bevallen. Het is daar net begonnen. Wij blijven bij Annie Appel, die heeft bijna Volledige Ontsluiting, V.O. ja, maar… Bij jou om de hoek is ook nog Bonnie Bee, met minstens vier centimeter ontsluiting.’

Boodschap begrepen, over en sluiten, Femke kan op pad.

02.45: Aankomst Femke bij Cees en Charlotte.

03.08: Acht minuten over drie. Zoon thuis geboren bij familie Cri!

Ja, echt waar, beller nummer drie krijgt het eerst haar kind..

03.10: Sms’je van Femke dat alles snel gegaan is, gezonde jongen, en thuis. De tas stond klaar in de gang, iedereen in de startblokken om naar het Veluwe-Ziekenhuis af te reizen. Persdrang op de trap, terug in bed, kind geboren.

Colin!

Onze mevrouw I, Annie, start persen. Stagiaire en bijna afgestudeerde Annelies is ‘in charge’.

Zij begeleidde al heel vaak bevallingen in grote Belgische kraamklinieken, maar nog nimmer op een originele ‘Firma Appel en zoon Scharrelkippenboerderij’.

Annemiek houdt het callcenter van dienstmobiel, eigen mobiel de huistelefoon van familie Appel draaiende. Kraamverzorgster bellen, Femke sms’en, en Bonnie moed inspreken. Want ze krijgt telefoontje van Bart, meneer II, de man van Bonnie Bee. Zijn melding betreft het volgende:

‘Het wordt nu toch heftiger. Hoe lang kan het nog duren?’

Na het sms’je van Femke over de voorspoedige geboorte van baby III, de kleine Colin Cri, (Die in dit verhaal eigenlijk baby 1 zou moeten heten…Maar ja, dan raken de lezers de draad misschien helemaal kwijt.) weten ze in ieder geval dat Vliegende Keep Verloskundige Femke weer inzetbaar is. Terwijl Annelies Annie en Andreas coacht met persen, belt Hoofdcallcenter Annemieke met de ene telefoon om te vragen of Femke al zover is om naar Bonnie te gaan, terwijl ze, met de dienstmobiel aan het andere oor, samen met Bonnie een wee wegzucht, daar wordt om onduidelijke redenen de verbinding abrupt verbroken. Help!

Aan de andere lijn hoort de dienstdoende verloskundige goed nieuws van haar achterwacht.

Het licht kan op groen, want, hoera, Femke is net klaar met de hoognodige afwikkelingen van Charlotte, Cees en Colin Cri, zelfs de kraamverzorgster is tijdig gearriveerd, ze kan weer op pad.

03.15: Telefoniste Annemiek belt meteen familie Bee opnieuw, dat hulp onderweg is, en zo verneemt ze dat hun privé-kraamverzorgster, (Want namelijk ook de aanstaande oma, zeg maar oma Bee, is het verhaal nog te volgen?) net is gearriveerd.

03.45: Aankomst Femke bij familie II, Bart, Bonnie, en oma Bee, om de laatste centimeters met hen weg te zuchten.

03.48: Om twaalf minuten voor vier in de vroege ochtend legt Annie Appel haar eerste eigen ei. Wat in dit verhaal dus ook direct inhoud dat Annelies haar eerste Polderbaby op de wereld heeft gezet.

Annelies heeft rode blosjes op de wangen, zweetdruppels in de nek en een smile van oor tot oor.

‘Wat leuk, wat bijzonder, wat gaaf!’

Ja meid, wel even wat anders dan in een Belgisch ziekenhuis. Geen ruggenprik, geen vijf man personeel maar een kraamverzorgster die gelukkig goed op tijd is, geen grote lamp, beensteunen of babyhartmonitor. Om de wee luisteren met de doptone, niet inknippen, denken aan simpele dingen als verwarming omhoog, emmer met vuilniszak, kruiken vullen, niet knoeien op de beige vloerbedekking en als eerste mogen feliciteren met de pasgeboren dochter.

Anna!

Andreas deelt plechtig mede dat de Firma-naam vanaf heden ‘Appel en dochters’ zal gaan heten, nu ze, door de geboorte van Anna, zomaar een generatie zijn opgeschoven.

Verloskundige en stagiaire doen net of ze de stiekeme gelukstraan niet uit zijn ooghoek zien rollen. Firma Appel en dochters Scharrelkippenboerderij. Prachtig!

04.03: Femke start met persen bij de Beetjes.

Het loopt alweer tegen de ochtend, maar de nacht is nog niet om…


Reageer geen reactie

Reageer
11/05/10




Drie in drie uur


Vaak vragen aanstaande ouders wat hun verloskundige doet bij twee bevallingen tegelijk. Nu kan een verloskundige best meerdere bevallingen op een dag doen, mits er maar voldoende tijd tussen zit. Bij twee bevallingen die samen op gaan wordt het iets lastiger en zullen we een collega in moeten schakelen.

Gelukkig kennen we elkaar, de hoogzwangere dames en ons polderdorpje met zijn grote buitengebied, dus iedere vraag over ‘dubbel zitten’ kunnen we luchtig pareren.

‘Nee, bij twee tegelijk helpt de achterwacht degene die dienst heeft, maak je maar geen zorgen..’


Heel soms zijn -vooral- de aanstaande vaders er toch niet geheel gerust op en stellen aarzelend de vervolg vraag.

‘Maar wat als er DRIE dames tegelijk in barensnood verkeren?’

Deze vraag heb ik, de afgelopen twintig jaar dat ik hier als verloskundige werk, altijd nog naar volle waarheid kunnen beantwoorden met: ‘Dat is nog nooit gebeurd!’

Tot de memorabele nacht van afgelopen negende april...

Hier volgt de time-table van deze nacht:

19.00: Mevrouw I, ofwel Annie Appel, belt over gebroken vliezen. Geen weeën. Voor een gemiddelde verloskundige een voormelding om in het achterhoofd te bewaren.

21.30: Dienstdoende verloskundige, we zullen haar -als in alle verhalen- Annemiek noemen, heeft voor de nacht nog even contact met Annie. Water schijnt nogsteeds te stromen, buikpijn is er niet, tenminste..

‘Het lijken nu nog slechts lichte krampjes.’

Annemieke sms’t stagiaire Annelies dat ze er waarschijnlijk vannacht uit zullen moeten. Zij zetten beiden de telefoon op scherp, leggen hun kleding voor het grijpen klaar en wachten wakker (De ietwat onrustige ‘Oh jee, wanneer zullen ze bellen?’ Annelies.) of slapend (De ‘We zien wel waar het schip strand…’ Annemiek.) op de dingen die komen gaan.

00.40: Mevrouw II, we geven haar voor het gemak de naam Bonnie Bee, meldt dat ze wat weeën heeft. Een rommel melding, altijd handig, wordt voorlopig ook opgeslagen bij de afdeling ‘meldingen’ aan de achterkant van de bovenkamer van de dienstdoende verloskundige, zeker in combinatie met de volgende opmerking: ‘Het valt nog reuze mee, hoor, ik ben wel blij dat het begonnen is…’

Annemiek kijkt met één oog op de wekker, noteert vervolgens naast de ‘het is een beetje begonnen’- melding ook de bijbehorende tijd in haar hoofd en dommelt weer in om te dromen over een boom vol rijpe appels. In pyjama, op de blote voeten en met uitgestrekte armen staat ze klaar om de rijpste appels op te vangen, maar welke is het allerrijpst, welke zal het eerst vallen? Het is apart hoe de onrust tot in de dromen doordringt, al ben je quasi relaxed vlot in slaap.

Annelies schijnt nog wakker te liggen, adrenaline verhoogt de hartslag en waakzaamheid, het ongrijpbare van de toekomst, het leven van de dienstdoende verloskundige...

01.40: Annie Appel, ja juist, de eerste dame in dit verhaal, laat via de dienstmobiel weten dat ze nu wèl weeën heeft.

Annie is een struise boerin, woont in het buitengebied en gaat daar, op die verre boerderij, waar dagelijks sowieso 40.000 eieren gelegd worden, haar eerste kind baren. Verloskundige Annemiek haalt stagiaire Annelies op en ze besluiten voor ze het dorp uit rijden, voor de zekerheid, eerst even bij mevrouw II, Bonnie Bee, te kijken ook al heeft ze niet weer gebeld.

02.00: Aankomst bij Bonnie, bijna vier centimeter ontsluiting.

‘Gaat nog prima.’

Op naar de boerderij. Kijken hoe het daar is, als het daar doorzet zullen ze collega Femke wakker moeten bellen, met de mazzel dat Femke toevallig vlak om de hoek bij Bonnie Bee woont.

02.04: Telefoon! Man van mevrouw III (Crisis?!), in het verhaal wat begon bij A en B, geven we dit stel, hoe origineel, gewoon voor- en achternamen die beginnen met een C.

Cees Cri(sis), die meneer nummer III is en getrouwd met de bijna uitgerekende, maar het al dagen HELEMAAL ZAT zijnde Charlotte Cri is, meldt dat het weeënspektakel een beetje begonnen is. Het is nu een krap uurt aan de gang. Annemiek en Annelies rijden net het dorp uit, en beloven hem dat er, hoe dan ook, binnen drie kwartier iemand op de stoep zal staan.

Onwetende Femke draait zich nog een keertje om in haar slaap…


Maar voor hoe lang nog?


Reageer geen reactie

Reageer
27/02/10

                                 
Lossen!      derde en laatste deel
We zijn er bijna, we zijn er bijna.. maar nog niet helemaal...
Met dit heerlijke oudHollandse reisliedje, -Waar we vroeger allemaal een beetje stout op rijmden met iets wat kaal was… Jullie toch ook?- sloten we de vorige episode af. Het gaat om Gert, de man van Anneloes, de vrachtwagenchauffeur die door de ochtendspits worstelt omdat zijn vrouw aan het bevallen is. We zingen het volgende couplet, zing allemaal mee: Gert is er bijna, Gert is er bijna....onze man van staal...

Nu zijn komst nabij is durven we weer wat grapjes te maken, de arme man heeft natuurlijk geen idee van de stand van zaken hier aan het pleintje. We overleggen of we hem eerst koffie aan zullen bieden, hoe lang hij mag bijkomen van de rit, twee minuten, een enkel minuutje, dertig seconden? We bedenken wanneer we de vliezen zullen breken, en of we de voorpagina van de krant zullen halen als Gert tot op de seconde op tijd arriveert om de geboorte van zijn kind mee te maken.
Ik sta op de uitkijk, Annelies staat met schort en handschoenen startklaar om het persen te coachen, Willy controleert de kruiken en warme doeken, Anneloes laat de hand van oma niet meer los. Op het hoogte punt van de volgende wee moedig ik Anneloes aan om voorzichtig toe te geven aan het oergevoel. Mijn hart doet zeer bij het zien van haar strijd.
‘Toe maar meid, laat maar los…’, en we zien dat de natuur zich niet meer tegen laat houden.
Anneloes gromt van onder uit haar keel, haar tenen krullen helemaal om, daar gaat ze. Aarzelend geeft ze toe tot de wee weer afzwakt.
Ik zie verschillende auto’s de hoek omkomen, de kleur moet blauw zijn, het type station. Bij iedere passant houd ik mijn adem even in. Zeker bij de donkerblauwe wagens. Maar geen van allen hebben ze een grote roodharige gehaaste man achter het stuur.
Het ritme van de weeën is verstoord omdat Anneloes een keer heeft mee geperst. Een korte time out precies nu we het nodig hebben. Ik schuif de luxaflex weer opzij, ‘Zuster Anna, ziet gij al iets komen?’
Ik zie een station maar die is zilvermetallic, ik zie een donkerblauwe maar die neemt een andere afslag, ik zie een…
‘JA!’
Ik zie in de verte een man achter het stuur van een grote blauwe Ford, het moet hem zijn, hij neemt de juiste bocht, ik zie zijn rode haar, het is hem.
Ik zie hoe hij de ramen van zijn huisje afspeurt, en ik zie dat hij me ziet staan. Ik neem aan dat hij vooralsnog denkt dat de gestalte achter de luxaflex niemand anders dan zijn eigen, in 'lichte' barensnoodverkerende, Anneloes kan zijn. Ik zie hem dichter en dichterbij komen, ik zie hoe hij zijn ogen openspert als hij vlak voor het inparkeren vol ongeloof naar ons slaapkamerraam staart, ontdekt dat de flinke gestalte de vroedvrouw betreft, en 1+1 bij elkaar optelt. Met zijn voorhoofd bijna tegen de voorruit geplakt is dit waarschijnlijk het moment dat hij tot de conclusie komt dat het werkelijk menes is. Zijn mond blijft er een stukje van openhangen. Schuin op de stoep, gordel los, sleutel uit het contact en uitstappen, het lijkt of hij al deze handelingen tegelijk verricht. Ik zwaai naar hem met een schaapachtige grijns op mijn gezicht en steek twee duimen op, eerst naar hem en dan naar mijn damesteam. Ik denk: 'Go Gert!' en ik roep: ‘Yess! Daar is tie!’

De voordeur staat al op een kiertje, hij kan zo binnen rennen.
De honden blaffen blij, de baas is thuis. Gert laat ze blaffen, we horen hoe hij zijn werkschoenen -Boink Boink- tegen de muur van de gang uitschopt en vervolgens spurt hij op zijn sokken met twee treden tegelijk de trap op. Hij kijkt licht verbaasd rond naar al het verdere vrouwvolk in zijn slaapkamer.
‘Man, man, we zijn blij dat je er bent, kom maar snel.’
Ik loods hem naar zijn kant van het bed, en het volledige damescoaching team trekt zich voor de afgesproken halve minuut discreet terug achter de deur.
Het worden twintig seconden, want de volgende perswee bouwt zich op. Oma wil in alle bescheidenheid op de trap blijven zitten, nu Gert er is, is het iets tussen haar dochter en schoonzoon.
Ik wijs haar op een krukje in de hoek van de kraamkamer.
‘Kom, u heeft al zo goed geholpen, dit mag u niet missen hoor.’
Annelies breekt de vliezen en moedigt Anneloes aan om nu voluit mee te drukken. Ik noteer: kwart voor elf, start actief persen. En dat is wat ze doet, persen, persen, persen.
Stagiaire en barende werken perfect samen en ik zet alles op de foto.
Achttien minuten over elf is de zoon geboren. Gert kijkt triomfantelijk lachend in de camera als hij de navelstreng doorknipt.

De zoon weegt negenpond-min-een-half-ons, is tweeënvijftig centimeter lang en heeft een hele bos prachtig vuurrood haar.

Jeffrey.

:)


Reageer geen reactie

Reageer
13/02/10

Laden en Lossen      tweede deel
Een vastberaden Anneloes zucht wee na wee weg, haar husband Gert probeert door de maandagochtendspits vanuit de haven van Rotterdam naar ons polderdorp terug te rijden, en wel met een enorme tankwagen tot de rand gevuld met warme bitumen. Uw verloskundige staat op de uitkijk. ‘Zuster Anna, zuster Anna ziet gij reeds iets komen?’
De wee zakt weer af. Het elastiekje is uit de staart is gezakt, rood haar plakt aan alle kanten aan haar gezicht. Annelies haalt een washandje voor verkoeling. Nu de wee weer weg is geeft een bewonderenswaardig kranige Anneloes mij nadere uitleg over het verschil tussen beton en bitumen. Bitumen is zwarte teer, warm en vloeibaar stroperig. Het wordt vervoerd in een tankwagen, ze gebruiken het voor wegen en daken. Ik stel mijn perspectief bij, een tank tussen de schommel en het klimrek. Anneloes lacht haar giebellach, nee, waarschijnlijk wisselt hij op het industrieterrein de vrachtwagen voor zijn eigen auto.

‘Denk je dat hij het gaat redden?’

Dit vraagt ze me met een ernstig gezicht.

Ik denk van niet, maar ik haal alleen mijn schouders op.

‘Zolang je het wil volhouden, blijf je zuchten, we zien wel, kunnen we nog iemand anders bellen?’

Ze wil graag dat haar moeder komt.

We bellen voor de kraamverzorgster en aanstaande oma. Het kraamcentrum zegt Willy te sturen, dat is mazzel, die woont vlakbij en oma zat waarschijnlijk al op post, ze zegt toe meteen te komen.

In iedere weeënpauze verzekert Anneloes ons dat het goed te doen is. We geloven haar omdat we het willen geloven. Willy heeft koffie gezet, per toerbeurt zuchten we mee, wissen zweetdruppels van het voorhoofd van Anneloes, masseren de rug, laten ons in de hand knijpen, of klokken in de gang ons bakkie koffie naar binnen met schuldgevoel, omdat wij wel pauze kunnen nemen en zij niet. Oma zit eerst bescheiden op de onderste tree van de trap naar zolder en kijkt door de deuropening naar haar vastberaden volhoudende dochter. Anneloes grijpt in de lucht, ze wil iemands hand knijpen, oma schiet er naartoe. Al snel draait ze volledig mee in ons damesteam van coaches.


Na een uurtje toucheer ik een ruime acht centimeter, en ‘het caput op H1+’, wat wil zeggen dat het hoofdje dieper moet indalen. We hebben nog tijd, -denk: Gert geven we nog tijd- maar het eind komt werkelijk in zicht. Ik verzeker Anneloes dat weeën wegzuchten op de zij perfect is. Eindbestemming ‘H4’, de bekkenbodem. Ze knikt, neemt een slokje water, grijpt de dichtstbijzijnde hand, knijpt en zucht.

Waar zou Gert ongeveer zijn?

We spreken af dat ze de volgende pauze benut om te bellen.

‘Alleen om te weten te komen hoever hij is!’

Daar zijn we het allemaal over eens, liever dat vaders de bevalling mist, maar de komende jaren zijn kind ziet opgroeien, dan dat hem nu iets onherroepelijks overkomt.

Mijn verloskundig verantwoordelijkheidsgevoel strekt zich uit over het welzijn van dit gehele gezinnetje in wording, en daarbij, ik hou van dit stel. Al bij de eerste zwangerschapscontrole sloot ik ze in mijn hart, de dappere nooit klagende struise Anneloes en haar held en grote liefde, de stoere vrachtwagenchauffeur Gert.

Anneloes, koperkleurige krullen, bleke teint met karakteristieke sproeten, kleurde dieprood toen ik nonchalant vroeg of ze bij benadering kon terug rekenen wanneer de zwangerschap was ontstaan. Deze extra informatie had ik nodig omdat haar menstruatiepatroon te onregelmatig was om een rekensom op los te laten. We hadden een kalender voor ons op tafel liggen.

‘Ontstaan…mmmmm..’

Ze moest er even over nadenken, of deed in ieder geval alsof ze er over moest nadenken, en keek naar de punten van haar schoenen.

‘Gemaakt, zeg maar..’

Ik gooide er onbedoeld een extra schep gêne bovenop.

De hardop lachende Gert veerde overeind.

‘Gemaakt?’

Hij wist het precies, mede omdat hij die week maar een enkele dag thuis had geslapen tussen twee ritten naar Zuid-Frankrijk op en neer. Hij stootte zijn vrouw kameraadschappelijk aan, zij werd nog een tintje roder maar hij wees zonder dralen de datum op de kalender.

‘Mooi.’

Volgens ons aller berekeningen zou ze dan bijna twaalf weken zijn. Tijd om het hartje te laten horen. Toen het babyhartje uit het speakertje van mijn doptone schalde was het Anneloes die haar giebellach lachte, van opluchting, blijheid en ontlading en ik zag uit mijn ooghoeken hoe Gert met de rug van zijn grove hand wat onhandig de tranen van zijn wangen probeerde te vegen.


Zodra de wee afzakt pakt ze de telefoon, toetst koelbloedig het nummer in en heeft Gert direct aan de lijn. Ze vraagt en luistert, antwoordt en vertelt. Het gaat over files en omrijden, wisselen van afgetankte naar lege vrachtwagen, inhalen, rechts rijden en voorzichtig zijn. Tot ze opeens roept dat ze heel slecht bereikt heeft, snel het uitknopje indrukt en de telefoon met een boogje van zich afgooit. Met een plof belandt hij op de lege kant van het bed en Anneloes zucht alweer.

Op het antwoord van de hamvraag: ‘Waar is hij?’ zullen we moeten wachten tot deze wee weer afzakt. We wachten in spanning en de laatste puf gebruikt ze voor de mededeling waar wij met smart op wachten.

‘Voor de Stichtse Brugpffffff!’

Aha. Dat valt me reuze mee.

De slagaderlijke verbinding tussen het oude land en de Flevopolder. Bijna binnen de landsgrenzen zullen we maar zeggen. Ik probeer het laatste deel van zijn reis te visualiseren. Hoge brug, rechtsaf, door de polder tuffen, rotonde, tuffen, verkeerslichten links, tuffen, industrieterrein, omwisselen naar personen auto, gas geven, het dorp inrijden, links, rechts, links, pleintje over, parkeren, dat moet lukken, zet de voordeur alvast open…


-We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal…-


Reageer 1 reactie bekijk

« Eerste  ‹ Vorige | 1 | 2 | 3 |  Volgende ›  Laatste » Pagina 1 van 3 (13 berichten)